Mag iets ook gewoon doodgaan?

Het is vandaag eerste Paasdag. Ik ben opgegroeid als dochter van een voorganger. Het leven stond vroeger in het teken van de kerk: twee keer op zondag, woensdagavond, zondagschool, cathechisatie. The whole shabang. Pasen was het grote hoogtepunt van het jaar.

Ik heb afscheid genomen van dat leven. Niet met bitterheid, maar met de zekerheid dat het niet meer de vorm was die bij mij paste.

Maar de verhalen zijn nog altijd inspirerend. De verhalen zijn wijzer dan de instituties die ze bewaken. En het Paasverhaal, als je het los leest van het dogma van de kerk, zegt iets dat ik steeds relevanter vind worden.

Het gaat niet over religie. Het gaat over de moed om iets dood te laten gaan.

We houden te veel in leven

We zijn vaak bang voor de dood. We zijn bang om dingen dood te laten gaan. Bedrijven die hun tijd hebben gehad. Functies die geen betekenis meer hebben en outdated zijn. Systemen die mensen en de natuur uitputten in plaats van voeden. Processen die ooit slim bedacht waren, maar nu alleen nog bestaan omdat niemand de vraag durft te stellen: waarvoor doen we dit eigenlijk nog?

Denk aan de fossiele energiesystemen waar we aan vasthouden, terwijl de aarde ons al jaren het signaal geeft dat het niet meer gaat. Waardoor oorlogen en ongelijkheid ontstaan. Aan subsidies die oude structuren in leven houden. Aan pensioenfondsen die investeren in bedrijven die niet toekomstbestendig zijn. Aan economische systemen die niet dienend zijn.

We houden ze in leven met infusen van vergaderingen, rapporten, financiering, reorganisaties en oplossingen die voortkomen uit een oud bewustzijn. Uit angst. Uit gewoonte. Uit de illusie en schijnveiligheid dat iets dat vertrouwd voelt dan vast ook waardevol en goed moet zijn.

We staren ons blind op de verkeerde opstanding.

We richten onze energie op het terugbrengen van wat was. Op het herstellen van de oude vorm. Omdat het veiligheid en zekerheid bood. Omdat we het kenden.

Maar het sterft niet voor niets.

Het sterven zelf is het signaal dat er iets nieuws moet ontstaan, dat nog geen naam heeft, dat zich nog niet heeft laten zien. Iets dat alleen volledig de ruimte krijgt als we ophouden met krampachtig vasthouden en in leven houden.

De vraag is niet: hoe brengen we dit terug? De vraag is: wat wil hier eigenlijk geboren worden?

De grot is de weg

In het Paasverhaal zit een interessant moment tussen de kruiziging en de wederopstanding: de grot. De stilte. De drie dagen van niet-weten, voor de wederopstanding.

Wat de meeste mensen niet beseffen is dat in geen enkel evangelie wordt beschreven wat er ín de grot gebeurde. Niemand weet het écht. De opstanding zelf is onzichtbaar. Ze voltrok zich in het donker, in het verborgene, zonder getuigen. De vrouwen, waaronder Maria (de moeder van Jezus) en Maria Magdalena, komen op de derde dag naar het graf, waar ze zien dat het al leeg is. Het proces had al plaatsgevonden, achter een gesloten steen, buiten het zicht van wie dan ook.

Voor mij is dit een inspirerende boodschap. Transformatie kunnen we vaak niet zien of begrijpen. We moeten erop vertrouwen dat het plaatsvindt, ook als we er geen zicht op hebben of heel duidelijke weten hoe. Dat zich iets zal voltrekken waar wij zelf nog geen weet van hebben.

We zijn slecht in dat moment. We willen snel door naar de volgende fase. Naar oplossingen, naar actie, naar iets dat weer werkt.

Maar dat heilige proces van sterven vraagt iets anders van ons. Het vraagt dat we erbij blijven, het proces begeleiden, als doula's van de dood. Dat we een tijdje samen in de grot gaan zitten. Stil zijn. Eren wat er was. Rouwen om wat we verliezen. Nadenken over wat het ons heeft geleerd en gegeven.

Maar ook dat we reflecteren. En bovenal: ont-leren. Wat diende ons werkelijk? Wat diende ons helemaal niet, maar voelde alleen maar veilig? Welke overtuigingen, structuren en gewoonten mogen met dit alles mee de grond in?

Dat is geen verlies, maar een reiniging.

Regeneratie begint met loslaten

In de natuur weet men dit al eeuwenlang. Een woud dat brandt, brandt niet dood — het brandt schoon. De as voedt de grond. Wat leek op vernietiging, blijkt voorbereiding. Onder de grond is al iets nieuws aan het ontstaan.

Zo werkt regeneratie ook in organisaties, in gemeenschappen, in ons eigen leven. Niet alles wat sterft verdient een wederopstanding. Sommige dingen verdienen rust. Een eervolle afsluiting. Een graf met een naam erop, zodat we weten wat er lag en waarom het er niet meer is. Er wordt ruimte gemaakt, zodat er iets nieuws geboren kan worden dat beter, sterker, mooier, nieuwer is.

De wederopstanding zijn wij

Ik geloof dat dát de eigenlijke boodschap van Pasen is. Niet dat Christus terugkomt in dezelfde wereld die onveranderd is. Maar dat zijn dood een boodschap is voor een wederopstanding in een andere, mooiere wereld.

Wij zijn zelf de werderopstanding.

Wij, de mensen op aarde, zijn geroepen om langzaam maar zeker te laten sterven wat niet voortkomt uit liefde, wederkerigheid, en regeneratie. Om met een hartgedragen bewustzijn ruimte te maken voor iets dat er nog niet is. Dat onvoorstelbaar mooi en dienend is. Voor de mensheid, alle niet-menselijke wezens, de schepping in haar volste glorie.

Maar daarvoor moet een heleboel sterven. We weten het. We weten al lang wat er dood mag gaan.

Durven we uit het Paasverhaal de lering, moed en hoop te putten om dat te doen?

Met de wederopstanding als hoopvol vooruitzicht voor een mooiere wereld?

Fijne Paasdagen.



Volgende
Volgende

Bezield leiderschap in tijden van chaos